Melkveestapel moet fors omlaag

Generieke afroming fosfaatrechten

Generieke afroming van fosfaatrechten voor melkvee in 2018 betekent een krimp van de melkveestapel met circa 110.000 koeien ten opzichte van 2 juli 2015. Voor die tijd zal de melkveestapel al 50.000 koeien moeten krimpen.

Dat is het gevolg van de invoering van fosfaatrechten per 1 januari 2017. In 2017 moet de fosfaatproductie door de melkveestapel terug naar het niveau van 2 juli 2015. In 2018 moet de fosfaatproductie dan weer gelijk of lager zijn dan het niveau van 2002, dat is het binnen de melkveesector zelf afgesproken fosfaatplafond van 84,9 miljoen kilo per jaar.
Staatssecretaris Martijn van Dam maakte de voorstellen afgelopen week bekend. Bedrijven met melkvee krijgen fosfaatrechten op basis van de aantallen per 2 juli 2015. Het aantal dieren van de categorie 100, 101 en 102 maal de zogenoemde forfaitaire fosfaatproductienorm bepaalt het aantal rechten dat een bedrijf krijgt.

Melkveestapel produceert circa 90,4 miljoen kilo fosfaat

Op 1 juli 2015 produceerde de Nederlandse melkveestapel circa 90,4 miljoen kilo fosfaat. Op 1 januari 2016 was dat opgelopen naar circa 93 miljoen kilo. Dat is gebaseerd op een eigen berekening van Boerderij op basis van de I&R gegevens. Ten opzichte van 1 januari 2016 zal de totale fosfaatproductie dan in ieder geval met bijna 3% oftewel bijna 2,5 miljoen kilo moeten dalen. Om uit te komen op de 84,9 miljoen van het fosfaatplafond moet de fosfaatproductie in 2018 nog eens 6% omlaag. 1 miljoen kilo fosfaat komt ongeveer neer op de fosfaatproductie van 20.000 melkkoeien met een melkproductie van 8.000 kilo inclusief bijbehorend jongvee. De totale melkveestapel zou volgens deze berekening dan in 2017 al moeten dalen met bijna 50.000 koeien en opzichte van 1 januari 2016.

Nog eens 6% afromen

De volgende stap in 2018 gaat via een generieke afroming op de fosfaatrechten op basis van 2 juli 2015. Dat betekent nog eens 6% afromen, in totaal circa 5,5 miljoen kilo fosfaat. Dat komt neer op circa 110.000 koeien met jongvee minder dan op 1 juli 2015.
Op individuele bedrijven komt de krimp ongetwijfeld veel harder aan dan de maximaal 8% generieke korting in 2018 waar in het voorstel over wordt gerept. De benodigde 6% generieke korting zal namelijk hoger moeten zijn om extensieve bedrijven deels te kunnen ontzien en ruimte te scheppen voor knelgevallen. Maar veel meer rek dan een kleine 2 miljoen kilo fosfaat zit daar niet in als Van Dam vasthoudt aan maximaal 8% generieke korting. Extra ruimte is dan afhankelijk van de afroming bij het verhandelen van rechten.

Bron: Boerderij.nl